Logo FVEN

REGISTER VAREND ERFGOED NEDERLAND

De Federatie Varend Erfgoed Nederland beheert het Register Varend Erfgoed Nederland.
Geschat wordt dat er zesduizend schepen tot dit erfgoed behoren.
Op dit moment zijn er drieduizend vaartuigen ingeschreven in het register.
U kunt op deze site zoeken naar ingeschreven vaartuigen.






Gevonden vaartuig:

Trio 4

identificatie

Dit vaartuig heeft een geldige pas.
naam Trio 4
RVEN nr 1428
visserijnummer
zeilnummer
te boek gesteld 376 B Alkm 1954  
type Langedijker  
categorie vrachtschip  
eenheidsklasse  

vaartuig

 
lengte 22  
breedte 3,14  
diepgang 0,95  
kruiphoogte 2  
tonnage 16  
materiaal romp ijzer  
materiaal romp (spec.) staal  
bouwwijze romp geklonken  
seriematige bouw  
voortstuwing (oorspr.) motor  
masthoogte  
soort tuig  
materiaal zeil  
oppervlakte zeil  
motortype Ford 4cyl.  
motorvermogen 72 pk  
motorbouwjaar 1981  
bouwjaar vaartuig 1922  
bouwperiode 1920-1930  

werfgegevens

 
werf De Volharding - Alkmaar  
werfnaam De Volharding  
plaats. provincie werf AlkmaarNH  
werf bijzonderheden NV. Alkmaarse Machinefabriek - Scheepswerf "De Volharding" te Alkmaar  

historie vaartuig

 
vorige namen 7 augustus 1922; Trio 4; C. van Schoorl Jzn 8 september 1959; Trio 4; C. (3de) en D. van Schoorl 1 augustus 1968; Trio 4; C. van Schoorl (3de) 14 mei 1974; Trio 4; C. van Schoorl (3de) alleen firmant 1 mei 1981; Trio 4; C. van Schoorl 30 november 1995; Trio 4; R. van Schoorl  
historie vaartuig Zie verschillende documenten in de fotomap op het bureau FONV. Trio 4 Langedijker motorvrachtschip Meetbrieven, de ingeslagen ijkmerken, tonnages en eigendom. NV Alkmaarsche Machinefabriek voorheen J. Schouten, scheepswerf De Volharding. Dhr. P. Pehlig te Alkmaar, in de volksmond genoemd ‘de Peelingwerf’. Opdrachtgeven d.d. 5 april 1922, Cornelis van Schoorl Jzn Oplevering d.d. 7 augustus 1922, Koopsom fl. 13.000,= Gebouwd met geldelijke steun van een geldschieter de firma Vroegop te Noord-Scharwoude. Dit voor de helft van de koopsom fl. 6.500,=. Deze helft is op 14 mei 1974 overgenomen door Cornelis van Schoorl (3de) voor fl. 3.000,=. Lengte 22 m, breedte 3.14 m en holte 1.30 m. de gemiddelde diepgang 0.47 m. Gehanteerde maatvoering had betrekking op de maten van de verlengde sluis de Zes Wielen in de Hoornse Vaart te Alkmaar. De Schermerringvaart boezem was toen nog niet doorgetrokken naar het Noord-Hollandskanaal. Te boekstelling scheepskadaster: 376 B Alkm 1954 Meetbrief 7 augustus 1922; AR 671 N; 43,067 ton 19 juni 1942; AM 1149; 9 41,248 ton 22 november 1977; AN 24575; 44,276 ton 17 april 1984; AN 178; 1 16,252 ton ( recreatievaartuig) 26 mei 1992; AN 178; 1 16,252 ton ( her motorisering, Kromhout 26 pk > Ford 72 pk) Eigendom schip: 7 augustus 1922; Cornelis van Schoorl Jzn 8 september 1959; Cornelis van Schoorl (3de) en Dik van Schoorl 1 augustus 1968; Cornelis van Schoorl (3de) 14 mei 1974; Cornelis van Schoorl (3de) alleen firmant 1 mei 1981 ; Cornelis van Schoorl ( beëindiging Fa. C. van Schoorl na 75 jaar) 30 november 1995; Ronald van Schoorl ( varend erfgoed) Laatste vracht: 4 december 1980; Cornelis van Schoorl met 40 ton maisglutenpellets, Honig Zaanstreek voor graanmaalderij Bos te Alkmaar. 1981 beëindiging firma Van Schoorl (na 75 jaar). 1982 en 1983 Verbouwing van het historisch schip voor recreatief gebruik door de scheepwerf van gebroeders Kind te Verlaat, gemeente Nieuwe Niedorp. 24 juli 1984 Maiden vakantietrip als recreatievaartuig. Ronald en Lyda van Schoorl en medepassagiers Peter Voorthuizen en Hilly Blauw. Hermotorisering 1992 door firma Wouter Brander Afscheid van de Kromhout 26 epk, tweetakt diesel middeldruk, 1 cilinder gloeikop met vliegwiel, keerkoppeling 1/1. Schroef rechts omdraaiend. Geplaatst Ford 72 pk, 4 cilinder, viertakt diesel inspuiting, keerkoppeling 3/1. Schroef links om draaiend. 15 augustus 2004 Maarten Jan van Schoorl eerste trip als schipper met twee vrienden. BEURT- EN BINNENVAART IN DE ZIJPE Expositie in het Zijper Museum van 1-12-2002 tot en met 23-3-2003. Geopend op woensdag en zondag 13.00-17.00 uur. Op basis van de fotocollectie van de heer Cees de Groot, de familie Bestevaer en mevrouw Van den Ouden-van Buuren. Scheepsmodellen in bruikleen van de familie Bestevaer, Museum Vreeburg, familie Paarlberg en Museum De Broeker Veiling. Scheepsattributen etc. van Ronald van Schoorl en Nico Vader. Inleiding Beurtvaart is het vervoer over binnenwateren met schepen, die een geregelde dienst onderhouden tussen twee of meer plaatsen. In het verleden kende de beurtvaart een grote bloei, maar met de opkomst van het vervoer per vrachtauto (bode-diensten) nam de belangrijkheid snel af. Als beurtschipper konden alleen ‘vertrouwde personen’ toegelaten worden. Ze waren immers vaak ‘wissellopers’ en ‘kassiers’ voor de firma’s voor wie ze goederen vervoerden. Ook moesten ze er zorg voor dragen dat de belastingen van de door hen vervoerde producten betaald werden. Na de definitieve bedijking van de Zijpe in 1597 werden in de loop van de zeventiende eeuw de waterwegen naar (en van) Alkmaar verbeterd. Toen konden de beurt- of marktschippers een belangrijke rol gaan spelen. Zij waren het die de producten van de polder de Zijpe naar Alkmaar en Amsterdam (ook over de Zuiderzee) brachten en vele benodigdheden als bouwmaterialen, turf (brandstof) en bier naar de Zijpe mee terug namen. Aanvankelijk zorgden ze ook voor het passagiersvervoer. Maar al snel kwam er speciaal daarvoor het ‘Here schuytje’, dat met subsidie van het Zijper polderbestuur eenmaal per week heen en weer naar Alkmaar voer. Voorts was er in de republiek der Nederlanden een heel netwerk van trekvaarten. Door de Zijpe liep de belangrijke trekschuit-verbinding Alkmaar - Huisduinen/Den Helder. Een drukke route vanwege de vloten die zich op de rede van Texel gereed maakten om uit te varen. Het traject Alkmaar-Schagerbrug-’t Zand ging aanvankelijk per trekschuit, de rest per wagen. Beurtschippers in de 17e en 18e eeuw In 1674 telde de Zijpe 15 beurtschippers: 12 op Alkmaar en 3 op Amsterdam. De meeste van hen hadden een nevenberoep, zoals bierhandelaar of kramer. Medio 18e eeuw (1742) waren er hier zelfs 19 beurtschippers. Na 1800 Volgens het Registre Civique van 1811 waren er in de Zijpe 22 beurtschippers, met in totaal drie knechten. Twee daarvan voeren op Amsterdam, de zogenoemde kalverschuiten. Ondanks de strakke reglementering van de beurtvaart was er toch concurrentie. Schippers van elders (uit Wieringerwaard, van Wieringen of na 1845 uit Van Ewijcksluis en/of Langedijk), die door de Zijpe voeren, namen zo nu en dan daar personen of goederen mee. Na de opening van het Noordhollands kanaal eind 1824 ging veel vervoer te water door dit kanaal. Later ook per stoomboot en/of motorschuit. IJsoproer, ijs en emotie in 1929 met een Langedijkerschipper!!! IJsoproer in Burgerbrug. Al een maand lang vroor het dat het kraakte. Januari 1929 voor de vijfde keer viel de vorst in. Vanuit Leeuwarden kwamen de eerste berichten over de vierde elfstedentocht en in Burgerbrug in de kop van Noord-Holland besloot schipper Kees van Schoorl, dat zijn schip Trio4 lang genoeg ingevroren had gelegen. De ´melkmotorschuit´ was er niet in geslaagd de Gootesloot open te houden en het beurtschip van de Langedijker schipper kon niet meer voor of achteruit. Het schip lag ingevroren voor de aanlegsteiger van de Coöperatieve Malerij. Het bestuur van de ijsclub Nut en Vermaak uit Burgerbrug had inmiddels een verlichte ijsbaan op de Groote sloot laten aanleggen. Op een donderdagochtend verscheen Van Schoorl met zijn potige zoon en zes paarden, van Jaap van der Molen en zijn zoon uit Broek op Langedijk, op het ijs. Als een lopend vuurtje ging door het dorp dat de Trio4 de ijsbaan naderde. Een paar honderd man gingen boot en paarden tegemoet en weldra klonk luid: Halt, niet verder! Zonder slag of stoot werd deze ´laffe´onderneming tot stilstand gebracht. Van Schoorl was niet erg populair in het dorp. De schipper vond niet het medeleven, dat iemand zou hebben genoten, die als broodvechter genoodzaakt was het ijs open te breken. Hij trad nogal onverschillig op, waardoor de stemming tegen hem zo verbitterd werd, dat hij nog juist bijtijds zo verstandig was om met de ijsvernieling op te houden. De bevolking van Burgerbrug vergaderde in de herberg en besloot voor alle zekerheid de brug te barricaderen. Inmiddels was ook de burgemeester gearriveerd, de schipper eiste vrije doorgang!! Desnoods met assistentie van de politie, die onder leiding van een majoor en vijf onbekende veldwachters op het toneel van de ijsoproer was verschenen. De burgemeester kon geen enkele bepaling in de wet of het polderreglement vinden, dat Van Schoorl in het ongelijk stelde. Inmiddels was de volkswoede zo hoog opgelopen, dat hij besloot voorlopig niets te ondernemen. Maar, Van Schoorl was vastberaden om zijn schip naar Langedijk te halen. Op zaterdagochtend liet hij verhuizer Hoed uit Alkmaar komen met de opdracht om zijn schip door het ijs te trekken. Hoed, die niets wist van de incidenten van donderdag, reed met een knecht naar Burgerbrug. Toen hij het dorp binnenreed vroeg een boer hem meteen wat hij kwam doen. Het schip van Van Schoorl door het ijs trekken. Dat zal je niet glad zitten, zei de boer. Hoed begreep de mededeling verkeerd en dacht dat men vermoedde dat zijn 80pk sterke motor geen beweging in de boot zou kunnen krijgen. Dus zei hij: ´dat is koren op mijn molen´. Maar toen hij veldwachters en het publiek op het ijs zag, begreep hij wel wat er aan de hand was. Daar ga ik in geen geval voor zei hij. Maar de agenten gaven hem opdracht het werk uit te voeren. De verhuizer maakte de staalkabels die al klaar legen vast en trok de schuit makkelijk vooruit. Terwijl Hoed met zijn werk bezig was, begon de klok van de rooms-katholieke kerk, recht tegen over het schip te luiden. De verhuizer dacht aanvankelijk dat er een begrafenis was, maar al snel kwam hij er achter dat de schaatsenrijders van Burgerbrug e.o. op deze manier werden gealarmeerd. Honderden mannen, vrouwen en kinderen stroomden toe om hun ijsbaan te verdedigen! Al snel was er in Burgerbrug meer volk op de been dan bij een kermis. Hoed, die zelfs in zijn cabine werd aangevallen, gaf de verzekering dat hij niet verder dan de brug zou gaan, maar die mededeling temperde de gemoederen van de bevolking niet. De veldwachters trokken het blanke sabel en sloegen op de menigte in. Dit had slechts tot gevolg dat de bevolking helemaal wild werd. Het werd de heer Hoed duidelijk, dat zouden er geen doden vallen, hier voor de volkswil terug getreden moest worden. Hij zette zijn motor af en koppelde de sleepkabels van de boot af. Onmiddellijk sloeg de stemming van het volk om. Er klonk een massaal hoera voor de heer Hoed. Een paar sterke kerels droegen hem in triomf de herberg in voor een borrel. De burgemeester feliciteerde de heer Hoed met dat verstandige besluit, maar schipper Van Schoorl, ook een robuuste onwrikbare kerel, eiste dat zijn schuit verder werd getrokken. De rijksveldwachter vreesde dat zijn manschappen dagen in Burgerbrug zouden moeten blijven en steunde de Langedijker schipper. Hij wilde de zaak zo snel mogelijk doorzetten, waarna de volkswoede vanzelf wel zou verdwijnen? Hoed weigerde echter door te trekken. Inmiddels was het ijsclubbestuur met Van Schoorl in onderhandeling over een uit te keren schadevergoeding. Toen dit bekend werd, dat de schipper een vergoeding van fl 75,00 had gekregen voor de geleden schade, kon de politie in de herberg slechts met het trekken van het sabel verhinderen, dat men Van Schoorl te lijf wilde gaan. ´De stijfkoppige schipper die twee keer per week door de Grooteslooot voer, kon nog geruime tijd schade van zijn optreden ondervinden. De ontstemming in De Zijpe was groot. Het is toen die zaterdag wel gebleken dat het oerinstinct voor het ijs nog voortleefde. Nabericht met bronvermelding: Naar aanleiding van het geplaatste redactionele stuk in het Langedijker Nieuwsblad, van 31 december 2002, reageerde dhr. Van der Molen oud 93 jaar, zoon van Jaap van der Molen. Hij heeft mij op 4 januari 2003 opgebeld en telefonisch meegedeeld dat zijn vader en hij op een donderdag in januari 1929 met een boerenwagen en zes paarden naar Burgerbrug zijn gegaan. Rond elf uur ´s morgens zijn zij daar aangekomen en hebben de boerenwagen over het ijs naast de Trio 4 gereden en hem gedemonteerd op de schuit gelegen. Hierna zijn de ´stalen´trekdraden, gedraaid van buiten van manila en een kern van ijzer, klaargelegd voor de paarden. De paarden werden, twee op de achterbolders en vier op de voorbolders, over stuur- en bakboord ingespannen. Met houten ijskloppers werd er eerst vaarwater voor de schuit gemaakt. De schuit ging namelijk voor iedere ´trek´ eerst een stuk achteruit om daarna gang te maken om zo ver mogelijk het ijs te breken en/of erop te schuiven, om daarna door zijn eigen gewicht door het ijs te zakken. De paarden zorgden voor de extra paardenkrachten die op dat moment net voldoende waren om het ijs, een bootlengte, te breken. Met de brug in zicht met nog een trek te gaan, kwamen dorpsbewoners ook het ijs op om de paarden te hinderen! De paarden raakten van slag(trek) en waren niet meer te mennen. Andere dorpelingen hadden een kar met slappe koeienstront op de brug klaar staan om de schipper een warm welkom te geven. De poging om het schip naar open vaarwater, het Noord-Hollandskanaal, te trekken werd gestaakt! De Dorpelingen hadden namelijk beloofd Jaap van der Molen fl 60,00 onkostenvergoeding te betalen als hij zou stoppen met trekken. Dit heeft achterafgezien nooit plaatsgevonden. Ze hebben zelfs geen kop koffie of een borrel genoten. Onverricht zijn zij ter plaatse weer vertrokken, richting Broek op Langedijk. De heer Van Der Molen zei tevens dat zij wel vaker werden gevraagd om met de paarden schepen door het ijs te trekken. Dit gebeurde met name voor doorvaart in het Kanaal Alkmaar-Kolhorn, vanaf de sluis in Broek tot het Noord-Hollandskanaal bij Alkmaar. Ook hier gaf het wel eens aanleiding tot oproer als de haven van Broek inmiddels tot ijsbaan was geworden! Bij het dikker worden van het ijs werden dan wel tien paarden voor de boot gespannen, zes van Van Der Molen en vier van Van Schoorl (de biegel). Mijn overgrootvader had vee bij boeren staan voor de handel. Koeien vetmesten voor de slacht en paarden voor de verkoop en zo kon het zijn dat deze ´s winters werden ingezet om te helpen bij het ijsbreken! 2012; Door: Ronald van Schoorl  
oorspronkelijk vaargebied N- en Z-Holland, Utrecht  
oorspronkelijk gebruik vrachtvaart  
funktie wijziging(en) 1981; van vrachtvaart naar recreatie. Beëindiging Fa. C. van Schoorl na 75 jaar.  
oorspronkelijk uiterlijk 1982 en 1983 Verbouwing van het historisch schip voor recreatief gebruik door de scheepwerf van gebroeders Kind te Verlaat, gemeente Nieuwe Niedorp.  
historie interieur ja  
jaar uitgebruikname 1981  
huidig gebruik pleziervaart  

aangesloten

 
behoudsorganisatie (BO) SLW  
inschrijvings nr. BO  
link naar site vaartuig BO  

meer informatie

 
link naar site vaartuig  
link naar Wikipedia  
link naar Wikimedia Commons  

qr code